Spelregels voor creatief denken

Kinderen leren elkaar op de speelplaats de spelregels van het spel boter, kaas en eieren. Copyright foto Ned Horton.

Wat? Spelregels voor creatief denken? Ik dacht dat je juist helemaal vrij moest kunnen denken, zonder regels?

Ja, ja en nee. Ja: er zijn wat spelregels voor creatief denken. En ja, het is belangrijk vrij te kunnen denken. En daar zijn die regels dus voor, omdat het zonder regels wat lastig is. De regels zijn randvoorwaarden. Als je leest hoe creatieve geesten te werk gaan, dan blijkt dat ze een bepaalde visie hebben, een werkwijze of omstandigheden, die hen helpen het maximale uit hun creativiteit te halen. Hun spelregels. Daar zitten wel verschillen tussen, maar in grote lijnen komen ze op hetzelfde neer.

Samengevat zijn dit ze:

Spelregels voor creatief denken

  • Wat hier gezegd wordt blijft hier.
  • Ideeën zijn van de groep.
  • Uitstel van oordeel.
  • Geen kritiek.
  • Associeer door.
  • Veel=goed.

Hadden Einstein, Picasso of Frida Kahlo hun spelregels dan boven het bed hangen? Nee, voor hen waren ze meer impliciet. Waarom ik ze wèl opschrijf?

  • In een groep kan het vrij lang duren voor iedereen de spelregels voor creatief denken heeft achterhaald, handiger om ze meteen maar even uit te leggen hè?
  • Pas als je ze benoemt kun je het over de spelregels hebben. Ook in negatieve zin: het níet gebruiken van dit soort spelregels zorgt dat een innovatieve cultuur moeilijk van de grond komt.
  • En individueel: mijn ervaring is, dat het, als je moeite hebt je creativiteit te gebruiken, erg kan helpen om jezelf deze regels “op te leggen”. Later kun je ze dan eventueel wat minder strikt gaan hanteren, maar je kunt pas spelen met de regels als je ze kent.

Elke facilitator hanteert een eigen set regels. Die allemaal op hetzelfde neerkomt, met wat accentverschillen. Dus hanteer jij een ander rijtje: prima. Als je maar weet waarom elke regel er in staat, en het voor jou werkt. Mijn spelregels voor creatief denken heb ik in grote lijnen van mijn eerste leermeester Marc Tassoul, de formulering is van mij.

Ik hanteer drie soorten regels, die elkaar deels overlappen. Wat ik wil “regelen”:

  1. De sociale veiligheid van de groep. Mensen moeten zich in de groep op hun gemak kunnen voelen. Dat bereik ik door het creëren van een veilige sfeer, kennismakingsactiviteiten, de gekozen werkvormen. Maar de randvoorwaarden liggen vast in mijn spelregels.
  2. Het intellectueel eigendom van de ideeën. Het voorkomt gedoe om dit vooraf af te spreken.
  3. Het creatieve proces. Hoe mensen met elkaar en met de ideeën omgaan bepaalt de kwaliteit van het creatieve proces.

Iets meer uitleg voor die korte zinnetjes die ik je net gaf:

  • Wat hier gezegd wordt blijft hier. Er worden persoonlijke inzichten gedeeld, gekke associaties bedacht, wonderlijke tekeningen gemaakt. Bedenk zelf maar wat het voor het vrije denken en spreken betekent als dat op Facebook dreigt te worden gezet.
  • Ideeën zijn van de groep. De ideeën zijn voortgekomen uit een gemeenschappelijk proces, en zijn dus van iedereen die aanwezig is, niet van één persoon in het bijzonder. Het ene idee brengt het andere voort. Een voetbalvoorbeeld: de spits scoort. Is het punt dan “van hem”? Zonder de andere spelers kreeg hij de bal niet. (Wordt er gebrainstormd voor een bepaalde organisatie of persoon dan zijn de ideeën van die organisatie of persoon natuurlijk. De geopperde ideeën worden nooit allemaal gebruikt, dus ik geef altijd aan dat de deelnemers het altijd mogen vragen (aan de rest van de groep of aan de opdrachtgever) als ze een idee zelf willen gebruiken. Recycling hè!)

En voor de creativiteit:

  • Uitstel van oordeel. Het bedenken van de ideeën wordt gescheiden van het beoordelen ervan. Zet ook je innerlijke criticus even in de hoek!
  • Geen kritiek. Positieve en negatieve opmerkingen over ideeën of de personen die ze opperen zijn natuurlijk ook oordelen. Stel dat idee nummer 86 heel enthousiast onthaald wordt: dan kan nummer 87 toch alleen maar tegenvallen? Dus: mondje dicht. (Op straffe van het aanleveren van twee extra ideeën!)
  • Associeer door. Elk idee brengt je op nieuwe gedachten en kan zo een opstapje zijn voor een ander idee. Dus associeer vooral door, ook als je daarmee van de hoofdlijn afdwaalt. En associeer net zo lekker op andermans ideeën als op je eigen ideeën.
  • Veel=goed. Kwaliteit door kwantiteit. De eerste ideeën zijn meestal niet de meest originele. Dat is geen probleem, die moeten er eerst uit voor de wat minder voor de hand liggende (en potentieel innovatievere) ideeën aan bod komen. Maar dan moet je dus niet te snel stoppen! Dus, lijkt de ideeënstroom op te drogen? Ga de uitdaging aan, dwing jezelf of de groep er nog minstens 10% bij te verzinnen!

In de loop der tijd heb ik trouwens gemerkt dat de spelregels voor creatief denken ook nuttig zijn in processen die door de meeste mensen niet direct als creatief worden gezien. Wat dacht je van het inventariseren van argumenten, het verzamelen van opties of het bespreken van een ontwerp?

Gebruik ze wijselijk!